In de praktijk

RIVM: ESBL-producerende bacteriën vaker bij dierenartsen

ESBL-producerende bacteriën komen vaker voor bij dierenartsen en assistenten van dierenartsen dan bij mensen die niet met dieren
werken. Dat blijkt uit onderzoek van het RIVM (pdf). Het is volgens het RIVM aannemelijk dat dierenartsen en hun assistenten deze bacteriën bij zich dragen door het contact met dieren tijdens hun werk.

Om meer inzicht te krijgen in dragerschap van antibioticaresistente bacteriën door contact met gezelschapsdieren en landbouwhuisdieren, is in het voorjaar van 2018 de AREND-studie gestart (AntibioticaREsistentie in Nederlandse Dierenarts(assistent)en). In deze studie is de prevalentie van dragerschap met verschillende soorten (antibioticaresistente) bacteriën onderzocht, namelijk de ESBL-producerende Escherichia coli en Klebsiella pneumoniae, colistineresistente Escherichia coli en Klebsiella pneumoniae, en Clostridioides difficile.

Deelnemers

Voor het onderzoek stuurden 482 deelnemers zowel een ontlastingsmonster als een vragenlijst ingestuurd. Deelnemers waren werkzaam als dierenarts (46,9%), paraveterinair (45,6%) of dierenartsassistent (7,5%). De meerderheid (68,9%) had uitsluitend frequent contact met gezelschapsdieren en niet met landbouwhuisdieren. De gemiddelde leeftijd van de deelnemers was 38 jaar en 85 procent was vrouw. Van de 226 deelnemende dierenartsen werkten 73 met landbouwhuisdieren.

Meer ESBL’s

De prevalentie van dragerschap van ESBL-producerende Escherichia coli en Klebsiella pneumoniae onder alle deelnemers aan het onderzoek was 9,8 procent (47 van 482). Dat was significant hoger dan de prevalentie van 4,5 procent bij de Nederlandse bevolking. De prevalentie van dragerschap van colistineresistente Escherichia coli en Klebsiella pneumoniae week niet significant af: 8,1 procent bij de veterinaire zorgmedewerkers en 5,4 procent bij de Nederlandse bevolking. Ook de prevalentie van dragerschap van Clostridioides difficile (2,3 procent in veterinaire zorgmedewerkers en 1,2 procent in personen woonachtig in de buurt van veehouderijen in Brabant) was niet significant afwijkend.

Niet door antibioticagebruik

De significant hogere prevalentie van dragerschap van ESBL-producerende Escherichia coli en Klebsiella pneumoniae in de deelnemende dierenartsen, dierenartsassistenten en paraveterinairs lijkt volgens de onderzoekers niet te kunnen worden verklaard door bekende risicofactoren zoals antibioticagebruik en reizen naar landen met een hoge prevalentie van deze ESBL-producerende bacteriën. Het is volgens het RIVM daardoor aannemelijk dat blootstelling aan dieren en/of hun uitwerpselen in de diergeneeskundige zorg de verhoogde prevalentie verklaart, ondanks dat er geen specifieke werkgerelateerde risicofactoren zijn gevonden bij de veterinaire zorgmedewerkers.

Een goede hygiëne is belangrijk om besmetting te voorkomen, aldus het RIVM.

Foto: NIAID/Flickr

Over de auteur: Henk ten Have
Henk ten Have groeide op op een akkerbouwbedrijf in Groningen, maar richtte zich tijdens zijn opleiding Diergezondheidszorg aan Van Hall Larenstein in Leeuwarden op de...
Meer over:
In de praktijk
Deel dit bericht: