In de praktijk

Protocol bij accidentele zelfinjectie

De KNMvD heeft in samenwerking met het Institute for Risk Assessment Sciences (IRAS) van de Universiteit Utrecht een protocol opgesteld voor hoe dierenartsen moeten handelen bij accidentele zelfinjectie en hoe ze prikaccidenten kunnen voorkomen.

Het komt regelmatig voor dat dierenartsen zichzelf per ongeluk prikken met een naald, bijvoorbeeld bij het afnemen van bloed, het toedienen van vaccinaties of bij het behandelen van dieren met een antibioticum, pijnstiller of ontstekingsremmer. Aan accidentele zelfinjectie kleven behoorlijke risico’s. Die lopen uiteen van (zoönotische) infecties tot ernstige weefselschade. Het is daarom van groot belang dat dierenartsen weten wat ze moeten doen zodra er sprake is van een accidentele zelfinfectie, aldus de KNMvD.

Spoelen

In het zogenoemde ‘Prikprotocol dierenartsen’ (pdf) staat onder andere dat de injectieplaats direct moet worden gespoeld, uitgedrukt en eventueel uitgezogen met behulp van een vacuümpompje en ten slotte moet worden gedesinfecteerd. Daarna moet er direct medisch advies bij de huisarts worden ingewonnen, zelfs bij een minimale geïnjecteerde hoeveelheid. Bij zelfinjectie met een vaccin op  basis van minerale olie moet er zo spoedig mogelijk medische hulp worden ingeroepen in verband met een eventueel chirurgisch debridement.

Dopjes op naalden

Ter preventie is het van belang om alle medewerkers (en vrijwilligers) te informeren over het veilig werken met scherpe voorwerpen en het vermijden van prikaccidenten, zo staat in het protocol.  Ook onder andere het voorkomen van het opnieuw aanbrengen van dopjes op (gebruikte) naalden wordt genoemd. Wanneer toch noodzakelijk, gebruik dan de one-hand-scoopmethode, waarbij  het dopje op een vlakke ondergrond wordt gelegd en het dopje met de punt van de naald wordt ‘opgeschept’. Een andere optie is het gebruiken van een tang of ander voorwerp om het dopje veilig  vast te houden.

Het hele protocol (pdf) is te vinden op de website van de KNMvD.