Onderzoek

Effectiviteit colistine bij E. coli in kippen valt tegen

De effectiviteit van colistine bij problemen met E. coli in kippen valt tegen. Dat blijkt uit onderzoek door de GD en de Veterinaire Monitoring Pluimvee (VMP). Het onderzoek is uitgevoerd op verzoek van Avined.

Uit het onderzoek blijkt dat koppels leghennen die colistine krijgen, niet altijd beter worden. In bijna de helft van de gevallen blijft het ziektebeeld aanwezig of komt het later weer terug. De effectiviteit blijkt dus niet heel groot, aldus GD en VMP.

Verbetering van stalklimaat

Het advies is dan ook om te focussen op risicofactoren en een brede aanpak. Rob Vriens, pluimveedierenarts en voorzitter van de VMP, denkt dat de grootste winst te behalen is met verbetering van het stalklimaat. Een te groot temperatuurverschil tussen dag en nacht, te veel en te hard ventileren of juist te weinig, kunnen volgens Vriens een kip uit balans brengen waardoor E. coli toe kan slaan. Ook sluimerende uitval en hennen die al over de helft van de productieperiode zijn hebben niet veel baat bij een colistinebehandeling, zegt Vriens. Zijn advies is om het volgende koppel te vaccineren met een (staleigen) vaccin.

GD-dierenarts Jeanine Wiegel voegt toe dat antibiotica pas moeten worden ingezet als alles is gedaan om te voorkomen dat de kippen ziek worden en er geen andere opties meer zijn.