Nieuws | Pluimvee

Vaccin krijgt vogelgriep niet klein

Maternale antilichamen kunnen de oorzaak zijn van het niet succesvol vaccineren van kippen tegen vogelgriep. Dat blijkt uit onderzoek van Xue Pan. Pan is met het onderzoek gepromoveerd aan Wageningen University & Research.

Maternale antilichamen zorgen ervoor dat verzwakte virussen uit de vaccin worden opgeruimd. Door een vaccinatie wordt het immuunsysteem geactiveerd waardoor antilichamen worden aangemaakt. Uit het onderzoek van Pan blijkt nu dat maternale antilichamen (MDA’s) de reactie van kippen op vaccinaties kunnen verstoren. Antigen-specifieke antilichamen worden via het ei door hennen aan hun nakomelingen doorgegeven. Deze antilichamen – MDA’s – zijn mogelijk één van de redenen waarom de meeste vaccinaties tegen vogelgriep in de praktijk weinig succesvol blijken.

Pan bezocht pluimveeboerderijen in China en voerde gedurende meer dan drie maanden epidemiologische studies uit in het veld. Hij bestudeerde vervolgens drie groepen kippen in het lab. In de eerste groep werden alle kippen één dag na het uitbroeden ingeënt. De tweede groep ontving de inenting op de leeftijd van 21 dagen, en de derde groep bleef, als controlegroep, ongevaccineerd. Alle groepen bestonden uit acht vleeskuikens en acht SPF-kippen (kippen die vrij zijn van ziekteverwekkers).

“Uit de resultaten blijkt dat we meer aandacht moeten schenken aan de invloed van MDA’s op griepvaccins in het veld”, zegt Pan. “Het is belangrijk dat er nieuwe vaccins ontwikkeld worden die de invloed van MDA’s neutraliseren in praktijksituaties.” Tijdens zijn onderzoek ontwikkelde Pan enkele nieuwe vaccins, zoals een nieuw vaccin dat de conventionele inactieve H9N2 vaccin versterkt en een vectorvaccin op basis van het herpesvirus in kalkoenen waarmee de effectiviteit van het vaccin in pluimvee zou kunnen verbeteren. Daarnaast onderzocht Pan enkele andere methoden om de effectiviteit van vaccinatie te verbeteren.