Het jaar 2025 begon gunstig voor de IBR-bestrijding in Nederland. Tot en met oktober werden slechts 13 IBR-vrije bedrijven besmet. In november en december kwamen daar echter nog 15 melkveebedrijven bij, waardoor het totaal ruim verdubbelde. De uitbraken deden zich verspreid over het hele land voor, wat onderstreept dat blijvende alertheid nodig is.
De besmettingen werden via verschillende routes vastgesteld: vooral door antistoffen in tankmelk (9 bedrijven), maar ook via neusswabs, verwerpers, sectieonderzoek en de aanvoer van een besmet rund.
Op veel bedrijven waren al weken vóór de diagnose klinische verschijnselen zichtbaar, zoals neus- en ooguitvloeiing, koorts, minder eetlust, melkproductiedaling, verwerpen en soms sterfte. Toch werd hier niet altijd op gereageerd. Het is daarom belangrijk om bij twijfel direct diagnostiek via de dierenarts in te zetten. Voor virusdetectie in neusswabs is GD het enige erkende laboratorium.
Na een bevestigde diagnose zijn strikte hygiënemaatregelen en snelle communicatie met contactbedrijven essentieel. Getroffen bedrijven moeten langdurig blijven vaccineren; vroege start van vaccinatie verkleint de schade. Ook bedrijven zonder besmetting doen er goed aan vaccinatie te overwegen, gezien de grote impact van IBR op diergezondheid en bedrijfsvoering.







