Een nieuwe Autoriteit Dierwaardige Veehouderij gaat de voortgang richting een dierwaardige veehouderij volgen. Volgens een rapport van de Auditdienst Rijk hangt het succes van deze autoriteit af van strikte onafhankelijkheid, openheid en duidelijke taakafbakening.
De autoriteit, onderdeel van het Convenant dierwaardige veehouderij, krijgt geen controlerende of handhavende rol. Die blijft bij de NVWA. De nieuwe instantie richt zich op het volgen en beoordelen van de voortgang richting de doelen voor 2040 en geeft daarover gevraagd en ongevraagd advies.
Omdat het om een publiek-private samenwerking zonder vaste juridische vorm gaat, waarschuwt de ADR voor onduidelijkheid over verwachtingen en bevoegdheden. Heldere afspraken zijn nodig om conflicten te voorkomen.
Om gezag op te bouwen moet de autoriteit onafhankelijk opereren, met een neutrale voorzitter en deskundigen zonder belangen in de sector. Alle adviezen en rapportages moeten openbaar en begrijpelijk zijn.
Voor veehouders betekent dit vooral extra monitoring en het aanleveren van gegevens. De ADR adviseert om daarvoor zoveel mogelijk bestaande registratiesystemen te gebruiken, om de administratieve last te beperken.
De voortgang wordt jaarlijks per sector beoordeeld aan de hand van concrete werkprogramma’s. Daarnaast komt er een ranglijst die keurmerken vergelijkt op het niveau van dierwaardigheid.






