De voorgenomen AMvB Dierwaardige veehouderij kan grote gevolgen hebben voor de vleesveesector. Een mogelijk verbod op onthoornen en keizersnedes en fors meer ruimte per dier zorgen voor onrust. Volgens LTO-vakgroepvoorzitter Wouter Hartendorf sluiten de plannen onvoldoende aan bij de praktijk.
Aanvankelijk lag de focus op melkvee, kalveren, varkens en pluimvee, maar nu wordt ook de vleesveehouderij onder de eerste nieuwe welzijnsregels gebracht. De sector voelt zich daarbij laat en beperkt betrokken. Nieuwe definities, zoals die voor runderen jonger dan zes maanden, pakken ongunstig uit voor vleesveehouders.
Een belangrijk knelpunt is de voorgestelde uitbreiding van de stalruimte. Waar nu 2,4 tot 5,5 m² per rund gebruikelijk is, adviseren instanties als EFSA richting 13 m². Dat zou de bezetting meer dan halveren en veel bedrijven economisch onhaalbaar maken, mede gezien stikstof- en vergunningsbeperkingen.
Ook een verbod op onthoornen stuit op verzet. Volgens de sector draait dit niet om gemak, maar om veiligheid voor mens en dier; hoorns vergroten het risico op verwondingen. Daarom wordt gepleit voor uitzonderingen, zeker bij stieren. Daarnaast leven zorgen over strengere regels rond keizersnedes bij dikbilrassen, wat gevolgen kan hebben voor fokkerij en stamboeken.
De sector waarschuwt voor overhaaste besluitvorming en wil in overleg met het ministerie tot werkbare regels komen, waarin dierenwelzijn, veiligheid en economische haalbaarheid in balans zijn.
Bron: Nieuwe Oogst







