Het Friese melkveebedrijf waar eerder antistoffen tegen vogelgriep bij een koe werden gevonden, lijkt een losstaand geval. Bij vervolgonderzoek is geen hoogpathogeen vogelgriepvirus aangetoond bij de veehouder, zijn gezin, de betrokken dierenarts of andere onderzochte dieren.
Op het bedrijf bleken wel veel dieren antistoffen te hebben: 47 procent van de melkkoeien en 63 procent van het jongvee. Volgens deskundigen wijst alles erop dat het om een incident ging.
Het onderzoek volgde op advies van het Responsteam Zoönosen. Daarbij zijn onder meer tankmelkmonsters genomen en is het bedrijf langere tijd gevolgd om het verloop te beoordelen. Ook zijn bloedmonsters van melkkoeien op andere Nederlandse bedrijven achteraf onderzocht. Daarin werden geen antistoffen gevonden.
De onderzoekers concluderen dat de kans op besmetting van runderen zeer klein is, ondanks de brede aanwezigheid van vogelgriep bij wilde vogels.
LTO Nederland roept melkveehouders en dierenartsen naar aanleiding van de Friese casus op alert te blijven op insleep en verspreiding van dierziekten.







