Veterinair Centrum Someren moet de schade vergoeden die een pluimveehouder leed na het gebruik van een middel dat niet was toegelaten voor legkippen. Dat heeft het gerechtshof in Den Bosch geoordeeld. De hoogte van de schadevergoeding moet nog worden vastgesteld. De pluimveehouder spreekt zelf van zeker ongeveer 260.000 euro schade.
De zaak draait om een koppel legkippen dat in de zomer van 2020 werd behandeld tegen Brunetti-coccidiose. De dierenarts schreef Doruzil voor, terwijl dit middel destijds niet was toegestaan bij legpluimvee dat eieren produceert voor menselijke consumptie.
De dierenarts meende dat de cascaderegeling kon worden toegepast. Die regeling maakt in uitzonderlijke situaties gebruik van niet-toegelaten middelen mogelijk om ernstig dierenleed te voorkomen. Daarbij gaf de dierenarts een wachttijd van zeven dagen voor consumptie-eieren door.
Twee weken na de behandeling bezocht de NVWA het bedrijf wegens een vermoeden van illegale behandeling. De stal met 25.300 kippen werd geblokkeerd en de eieren uit die stal moesten worden vernietigd. Daardoor liep de pluimveehouder inkomsten mis en kreeg hij te maken met onderzoeks- en vernietigingskosten.
Volgens het hof had de dierenarts het middel niet mogen inzetten en ook geen wachttijd van zeven dagen mogen adviseren. Veterinair Centrum Someren is daarom aansprakelijk voor de schade die daaruit voortkwam.
Het hof bepaalde daarnaast dat de praktijk de schade deels mag verhalen op de verzekeraar. Ook moet de verzekeraar de juridische kosten van de dierenartsenpraktijk betalen, waaronder 193.211 euro aan rechtsbijstand.






