Door recente uitbraken van Newcastle disease in onder meer Duitsland en Polen is het risico voor Nederland groter geworden. Daarom gaat GD vanaf mei 2026 bloedmonsters verder doortitreren. Zo ontstaat een beter beeld van de werkelijke bescherming na vaccinatie tegen NCD.
Newcastle disease, ook bekend als pseudovogelpest, is zeer gevaarlijk voor niet-gevaccineerde kippen en kalkoenen. De ziekte is aangifte- en bestrijdingsplichtig. Bij een besmetting worden bedrijven geruimd en gelden, net als bij vogelgriep, beperkingen in 3- en 10-kilometerzones. Ook kan een uitbraak gevolgen hebben voor de export.
In Nederland worden commercieel gehouden kippen en kalkoenen standaard gevaccineerd. Via bloedonderzoek wordt gecontroleerd hoe goed een koppel op de vaccinatie heeft gereageerd. De titer geeft aan hoeveel afweerstoffen in het bloed aanwezig zijn: hoe hoger de titer, hoe beter de bescherming.
Tot nu toe onderzocht GD meestal niet verder dan titer 7, om de kosten te beperken. Door de toegenomen NCD-dreiging is dat niet langer voldoende. Vooral bij langlevend pluimvee, zoals leghennen, vermeerderingsdieren en kalkoenen aan het einde van de ronde, zijn hogere titers nodig voor een goede bescherming.
Vanaf mei 2026 onderzoekt GD bloedmonsters daarom tot titer 11. Daarmee kan de sector beter beoordelen of de huidige vaccinatieschema’s voldoende werken, of dat aanpassingen nodig zijn door bijvoorbeeld vaccintoepassing of verminderde weerstand.
Ook bij vleeskuikens wordt verder getitreerd. Hun titers zijn meestal lager, omdat ze minder vaak worden gevaccineerd. Worden toch hoge waarden gevonden, dan kan dat wijzen op contact met veldvirus en mogelijke circulatie van NCD in Nederland.







