Longontsteking blijft bij runderen in Vlaanderen de voornaamste doodsoorzaak. Dat blijkt uit het autopsierapport van DGZ over 2025. Bij de bijna 1.060 onderzochte kadavers was pneumonie, over alle leeftijden heen, de meest voorkomende diagnose.
Vooral bij kalveren van één tot zes maanden en bij jongvee ouder dan zes maanden sprong longontsteking eruit als belangrijkste doodsoorzaak. In de groep kalveren van drie tot zes maanden was pneumonie zelfs betrokken bij bijna de helft van de sterftegevallen. Ook bij volwassen runderen bleef longontsteking een belangrijke oorzaak van uitval.
Bij de onderzochte gevallen werden vooral Mannheimia haemolytica, Pasteurella multocida, Histophilus somni en Mycoplasma bovis aangetoond. Vaak bleek sprake van menginfecties, waarbij zowel bacteriën als virussen een rol speelden.
De gevolgen van de blauwtonguitbraak van 2024 waren in 2025 duidelijk minder zichtbaar. Na de sterke toename van het aantal autopsies tijdens de BTV3-uitbraak zakte het aantal onderzoeken weer naar een stabieler niveau. Ook aangeboren afwijkingen die verband houden met een eerdere blauwtonginfectie werden nog maar zelden gevonden. Hydranencefalie kwam bijvoorbeeld ongeveer half zo vaak voor als in 2024.
Bij de jongste kalveren bleef darmontsteking de belangrijkste doodsoorzaak. Toch laat het rapport vooral zien dat luchtwegaandoeningen nog altijd een grote gezondheidsuitdaging vormen voor Vlaamse rundveebedrijven.





