GD onderzoekt jaarlijks duizenden monsters van zieke dieren op ziekteverwekkende bacteriën. Na het kweken kan worden bepaald voor welke antibiotica deze bacteriën in het laboratorium gevoelig zijn. Deze informatie helpt dierenartsen bij het kiezen van een passende behandeling voor een bacteriële infectie. Door alle uitslagen over langere tijd te vergelijken, ontstaat bovendien inzicht in veranderingen in gevoeligheid en resistentie.
Deze gegevens worden onder meer gebruikt voor de KNMvD-formularia, de behandelrichtlijnen voor veelvoorkomende aandoeningen. Daarbij is het belangrijk dat de resultaten vooral afkomstig zijn van gestorven, geëuthanaseerde of klinisch zieke dieren. Ze geven daarom niet altijd een volledig beeld van de hele Nederlandse veehouderij. Ook is niet altijd bekend of dieren eerder zijn behandeld.
Voor pluimvee zijn de gegevens wel representatief, omdat ze afkomstig zijn uit de vlees- en legsector én actief door dierenartsen worden aangeleverd voor MIC-bepalingen.
Bekijk: Overzichten antibioticumresistentie van ziekteverwekkers per diersoort







