Op een Deens zeugenbedrijf is bij zes biggen een nieuwe parvovirusvariant aangetoond. De klinische verschijnselen lijken sterk op het beeld dat Royal GD eerder in Nederland beschreef. Landbrug & Fødevarer, afdeling varkenshouderij, roept dierenartsen en varkenshouders daarom op alert te zijn.
De organisatie maakte de vondst vorige week bekend. De herkomst en introductieroute van de variant zijn nog onduidelijk. Onderzoekers van de Universiteit van Kopenhagen en het veterinaire laboratorium in Kjellerup wijzen op de genetische verwantschap met Nederlandse stammen, wat duidt op grensoverschrijdende verspreiding. Of het virus al op meer Deense bedrijven voorkomt, is nog niet bekend.
In Nederland werd deze variant in het najaar van 2024 voor het eerst vastgesteld. In 2025 zijn op circa zeventig zeugenbedrijven vergelijkbare klachten gezien, vooral bij zogende en gespeende biggen. Opvallend zijn uitpuilende ogen, roodverkleuring van de huid, kale plekken en een gerimpeld huidbeeld. Daarnaast worden groeivertraging, milde luchtwegklachten en een grotere kans op speendiarree gemeld.
Volgens Royal GD wordt het virus op positieve bedrijven in ongeveer de helft van de tomen gevonden; binnen die tomen test circa 80 procent van de biggen positief. De klachten verdwijnen meestal na drie tot zes maanden, wat wijst op opgebouwde immuniteit. Extra sterfte blijft beperkt, maar groeiachterstand en extra verzorging kunnen wel financiële gevolgen hebben.
De variant is niet meldingsplichtig. Een besmetting leidt in Denemarken daarom niet tot officiële beperkingen of maatregelen.







