Dierenwelzijn | Wet- en regelgeving

Nieuwe stal moet stikstofaanpak en dierwaardigheid combineren

LVVN-staatssecretaris Silvio Erkens legt na de zomer de concept-AMvB dierwaardige veehouderij voor aan het parlement. Daarin wordt onder meer vastgelegd dat aanpassingen aan stallen voor stikstofreductie bij nieuwbouw ook direct moeten aansluiten op de toekomstige eisen voor dierwaardigheid.

Volgens Erkens hangen de stappen richting een dierwaardige veehouderij nauw samen met andere opgaven op het boerenerf, zoals milieu, klimaat en vergunningverlening. Door deze opgaven in samenhang uit te werken, moeten veehouders duidelijkheid krijgen over de eisen waaraan nieuwe stallen moeten voldoen. Dat moet hen helpen om verantwoorde investeringsbeslissingen te nemen voor stallen die op meerdere fronten toekomstbestendig zijn.

De staatssecretaris maakt daarbij onderscheid tussen nieuwbouw en aanpassingen aan bestaande stallen. Voor nieuwbouw wil hij de planning van stikstofmaatregelen en dierenwelzijnseisen op elkaar afstemmen. Veehouders die de komende jaren een nieuwe stal bouwen, moeten daardoor niet alleen rekening houden met de emissienormen voor 2035, maar ook met de eisen voor dierwaardige veehouderij. Zo moet worden voorkomen dat nieuwe stallen later opnieuw moeten worden aangepast.

Ook bij renovatie of aanpassing van bestaande stallen wil Erkens kijken naar een integrale benadering. Welke termijnen daarvoor gaan gelden, is nog niet bekend.

De invoering van de dierenwelzijnseisen gebeurt stapsgewijs. Voor elke stap wordt vooraf geëvalueerd of aan belangrijke randvoorwaarden is voldaan, zoals een werkbaar verdienmodel, vergunningverlening en haalbare emissiereductie. De landelijke Autoriteit Dierwaardige Veehouderij krijgt daarbij een belangrijke rol. Erkens benadrukt dat veehouders niet aan onmogelijke verplichtingen worden gehouden. Evaluaties vinden uiterlijk twee jaar vóór de geplande inwerkingtreding van maatregelen plaats.

De concept-AMvB is gebaseerd op zes leidende principes voor dierenwelzijn: erkenning van de intrinsieke waarde van het dier, goede voeding, een goede omgeving, goede gezondheid, ruimte voor natuurlijk gedrag en een positieve emotionele toestand.

Waar mogelijk wil het ministerie werken met doelvoorschriften in plaats van gedetailleerde middelvoorschriften. Daarover is overleg gevoerd met de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. De inzet is een aanpak die ondernemers ruimte biedt voor een eigen invulling, maar tegelijk voldoende houvast geeft voor toezicht en handhaving.

Naast wetgeving is volgens Erkens ook inzet van markt- en ketenpartijen nodig. Daarom zijn in het Convenant dierwaardige veehouderij afspraken gemaakt met veehouderijsectoren, ngo’s en partijen uit de keten.

Ter ondersteuning wil Erkens eind dit jaar een subsidieregeling openstellen voor dierwaardige investeringen. Daarmee kunnen dierhouders, vooruitlopend op wettelijke verplichtingen, al investeren in bewezen en praktijkrijpe systemen.