Het fox parvovirus, dat eerder in verband werd gebracht met uitbraken bij biggen op Nederlandse varkensbedrijven, lijkt zich verder te verspreiden. Het virus is inmiddels ook aangetoond in België, Duitsland en Denemarken. Tegelijkertijd worden de kenmerkende verschijnselen, waaronder beiderzijds bolle ogen, scheelzien, haarverlies en een rode huid, steeds vaker gemeld. Volgens signalen die binnenkomen bij de Veekijker zijn deze verschijnselen het afgelopen jaar op minimaal 80 procent van de Nederlandse varkensbedrijven gezien. Dat wijst erop dat het virus zich mogelijk in korte tijd zeer efficiënt heeft verspreid.
Ook uit Duitsland en België komen incidentele meldingen van vergelijkbare klinische beelden, waarbij het virus eveneens is gevonden. In Denemarken zijn zowel de verschijnselen als het virus vastgesteld. De genetische sequentie van het virus uit Deense biggen lijkt bovendien sterker op die van Nederlandse biggen dan op het virus dat eerder bij Deense vossen werd gevonden.
De verschijnselen worden inmiddels niet alleen bij biggen, maar ook vaker bij vleesvarkens gemeld. Vooral de afwijkende oogstand valt daarbij op. Bij sommige vleesvarkens wordt daarnaast een borstelige vacht gezien, mogelijk als restverschijnsel na een doorgemaakte infectie.
Onderzoek van GD laat zien dat biggen tot minimaal vier weken verschijnselen van uitpuilende ogen kunnen houden. Bij zieke biggen werd het virus met PCR aangetoond. Een beperkt aantal gezonde leeftijdsgenoten van hetzelfde bedrijf testte negatief. Het is nog onduidelijk of deze dieren beschermd waren door maternale of eigen immuniteit, of nog niet waren blootgesteld.
Dr. Tijs Tobias presenteerde namens GD de Nederlandse casus en onderzoeksresultaten in mei tijdens het European Symposium of Porcine Health Management in Italië. Daarna werd het onderwerp ook opgepikt door Pig Progress.







