Het kabinet wil een landelijke afstandsnorm invoeren voor geitenhouderijen. Nieuwe geitenbedrijven mogen over enkele jaren niet meer worden gevestigd binnen 500 meter van woonkernen, scholen, kinderdagverblijven en zorginstellingen. Andersom mogen nieuwe woonwijken en andere gevoelige bestemmingen ook niet binnen die afstand van een geitenhouderij worden gebouwd. Voor bestaande bedrijven binnen de 500 metergrens geldt dat uitbreiding niet langer mogelijk wordt.
De maatregel moet omwonenden beter beschermen tegen een verhoogd risico op longontsteking. Volgens minister Hermans is het besluit gebaseerd op langdurig onderzoek, waaruit blijkt dat mensen die binnen 500 meter van een geitenhouderij wonen vaker longontsteking krijgen. De Gezondheidsraad ziet geen aanwijzing voor één specifieke ziekteverwekker, maar spreekt van een samenspel van factoren dat het gezondheidsrisico vergroot.
Hoewel er volgens de Gezondheidsraad ook op grotere afstand nog risico’s kunnen bestaan, kiest het kabinet niet voor een norm van 1000 meter. Met 500 meter zouden de grootste risico’s worden beperkt, terwijl er volgens staatssecretaris Erkens perspectief blijft voor de sector. Naar verwachting kan ongeveer een derde van de geitenbedrijven door de nieuwe norm niet meer uitbreiden. Het wetgevingstraject duurt naar verwachting nog 2,5 tot 3 jaar.
Voor bestaande situaties wil het kabinet samen met gemeenten en provincies afspraken maken om de blootstelling van omwonenden aan uitstoot uit geitenhouderijen te verminderen. De gevoeligheid van dit dossier hangt mede samen met de Q-koortsepidemie van 2007-2010, waarbij duizenden mensen ziek werden en meer dan honderd patiënten overleden aan de chronische vorm van Q-koorts.







