VVD-Kamerlid Renate den Hollander legt haar bestuursfunctie bij een belangenorganisatie voor dierenartsen neer. Ze doet dat nadat de NOS vragen stelde over mogelijke belangenverstrengeling. Den Hollander gebruikte in een Kamerdebat argumenten en voorbeelden die sterk overeenkwamen met een eerdere reactie van die organisatie.
Den Hollander was al Tweede Kamerlid toen ze bestuurder werd van de Belangenvereniging Practici Werkgevers (BPW), die opkomt voor dierenartsen met een eigen praktijk. Ze was daarvoor al lid van de vereniging, vanuit haar eerdere werk als dierenarts.
Kort voordat ze toetrad tot het bestuur sprak Den Hollander in de Tweede Kamer over een kritisch rapport van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) over de diergeneeskunde. Volgens de toezichthouder moeten consumenten beter worden beschermd tegen hoge tarieven en mogelijk onnodige behandelingen.
Zelfde argumenten
Organisaties mochten reageren op het ACM-rapport. Ook de BPW deed dat en Den Hollander dacht als lid mee over die reactie.
Toen zij in januari namens de VVD over het rapport sprak, plaatste ze kanttekeningen bij de kritiek op dierenartsen. Ze wees onder meer op hogere personeelskosten en benadrukte dat werknemers goed betaald moeten worden. Ook stelde ze alternatieven voor strengere maatregelen tegen dierenartsen voor, zoals huisdierenverzekeringen en beter fokbeleid.
Haar bijdrage vertoonde opvallend veel overeenkomsten met de eerdere reactie van de BPW. Niet alleen de strekking, maar ook verschillende formuleringen en voorbeelden waren hetzelfde. Zowel Den Hollander als de vereniging benadrukten bijvoorbeeld dat dierenartsen ondernemers zijn, vergelijkbaar met een bakker of garagehouder.
Ongeveer anderhalve maand na het Kamerdebat werd Den Hollander bestuurder bij de BPW. Voor die functie ontving ze een vergoeding van duizend euro per jaar.
‘Schijn van belangenverstrengeling’
Na vragen van de NOS besloot Den Hollander zich direct uit het bestuur terug te trekken. Ze schrijft dat de overeenkomsten tussen haar Kamerbijdrage en de inbreng van de BPW haar hebben doen inzien dat haar bestuursfunctie in de toekomst tot belangenverstrengeling, of de schijn daarvan, zou kunnen leiden.
Tijdens het debat had Den Hollander nog een andere nevenfunctie binnen de diergeneeskunde. Ze was lid van de Raad van Afgevaardigden van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD).
Ook die beroepsorganisatie reageerde op het ACM-rapport. Die reactie komt op meerdere punten overeen met de bijdrage van Den Hollander. Zo wordt eveneens benadrukt dat dierenartsen ondernemers zijn en ligt een deel van de verantwoordelijkheid bij huisdiereigenaren, in plaats van uitsluitend bij de sector.
Volgens Den Hollander heeft ze haar functie bij de KNMvD in mei al beëindigd.







