Het gebruik van antibiotica in de Nederlandse veehouderij is in 2025 verder gedaald. Sinds 2009 is de verkoop van antibiotica voor dieren met 77,2% afgenomen. Daarmee zet de sector de langdurige dalende trend voort.
Voor de kalverhouderij zijn nieuwe afspraken gemaakt. Het doel is dat in 2032 het aantal kalverbedrijven met een hoog antibioticagebruik is gehalveerd ten opzichte van 2026. Staatssecretaris Silvio Erkens van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft de Tweede Kamer hierover geïnformeerd.
Volgens Erkens hebben veehouders en dierenartsen de afgelopen jaren grote vooruitgang geboekt. In de kalversector blijft echter extra inzet nodig, omdat zowel het gemiddelde gebruik als het aantal bedrijven met een hoog gebruik al enkele jaren nauwelijks daalt. De nieuwe afspraak moet bijdragen aan gezondere kalveren en minder antibioticagebruik.
Minder gebruik, minder resistentie
Antibiotica blijven noodzakelijk om zieke dieren te behandelen. Overmatig of onjuist gebruik kan er echter toe leiden dat bacteriën resistent worden. Infecties zijn daardoor moeilijker te bestrijden bij zowel mensen als dieren. De forse afname van het antibioticagebruik sinds 2009 heeft ook geleid tot minder antibioticaresistentie bij dieren.
Extra doel voor kalversector
De nieuwe afspraak komt boven op de eerdere ambitie van de kalversector om het antibioticagebruik in 2032 met 50% te verminderen ten opzichte van 2022.
Stijging bij vleeskuikens
Bij vleeskuikens was in 2025 juist een stijging zichtbaar: het antibioticagebruik nam met bijna 25% toe ten opzichte van 2024. Dat is opvallend, omdat het gebruik in deze sector sinds 2011 met ongeveer 80% is gedaald. De pluimveesector onderzoekt de oorzaak en bekijkt welke maatregelen nodig zijn om het gebruik opnieuw te verlagen.







