Slecht gereinigde en ontsmette veewagens kunnen varkensvirussen gemakkelijk van het ene naar het andere bedrijf verspreiden. Onderzoek van de Universiteit van Minnesota en het Swine Health Information Center laat zien dat vooral losplaatsen bij slachterijen een belangrijk besmettingspunt kunnen zijn.
Onderzoekers bemonsterden bij een grote slachterij in het Amerikaanse Midwesten 389 veewagens op PRRS, PED, Porcine deltacoronavirus (PDCoV) en Senecavirus A. Bij aankomst was 71 procent van de wagens positief voor minimaal één van deze virussen. Slechts 29 procent testte volledig negatief.
Na het uitladen liep het besmettingsrisico sterk op. Van de 114 aanvankelijk virusvrije wagens bleken er daarna 85 alsnog positief, een aandeel van 75 procent. Ook meer dan de helft van de omgevingsmonsters op het losperron bevatte minimaal één van de onderzochte virussen.
Per ziekteverwekker was dezelfde ontwikkeling zichtbaar. PRRS werd bij aankomst aangetroffen op 35 procent van de wagens en na het lossen op bijna 45 procent. Bij PDCoV steeg het aandeel van 41 naar 62 procent en bij PED van 27 naar 51 procent.
‘Stal op wielen’
De onderzoekers noemen een veewagen een ‘stal op wielen’. Zonder goede reiniging en ontsmetting kunnen ziektekiemen na een transport worden meegenomen naar een volgend varkensbedrijf. Zeker bij economisch schadelijke ziekten als PRRS en PED vraagt transporthygiëne daarom nadrukkelijk aandacht.
Ook in Nederland is verbetering mogelijk. Vee&Logistiek Nederland, POV, VleesNL en DLV Advies werken sinds 2024 samen aan een sectorproject om de bioveiligheid rond varkenstransport te versterken. Daarbij spelen transporteurs en chauffeurs een belangrijke rol.
Een aandachtspunt is de kwaliteit van wasplaatsen op varkensbedrijven. Hoewel de eisen in protocollen zijn vastgelegd, voldoet de inrichting in de praktijk niet altijd. Daarom wordt een instructieflyer ontwikkeld waarmee varkenshouders en chauffeurs kunnen controleren of een wasplaats aan de voorwaarden voldoet.
Belangrijk zijn onder meer een vloeistofdichte vloer met goede afvoer, waterslangen van minimaal 25 meter, geschikte reinigings- en ontsmettingsmiddelen en schone kleding en laarzen voor de chauffeur.
Ook technische innovaties worden onderzocht, zoals automatische ontsmetting via verneveling. Enkele transporteurs gebruiken deze techniek al. Brede toepassing wordt echter nog beperkt doordat er voor veewagens nog geen vernevelbaar ontsmettingsmiddel is toegelaten door het Ctgb.







