Opleidingen

MAVAS: dierenarts van de toekomst kijkt verder dan het zieke dier

Wageningen University & Research (WUR) en de Universiteit Utrecht (UU) bundelen hun masteropleidingen Animal Sciences en Diergeneeskunde in het nieuwe vierjarige programma MAVAS: Masters in Veterinary and Animal Sciences. Het programma is toegankelijk voor studenten die zijn toegelaten tot Diergeneeskunde en leidt tot twee masterdiploma’s.

MAVAS combineert veterinaire kennis met expertise over onder meer voeding, huisvesting, genetica, duurzaamheid, bedrijfsvoering en regelgeving. Daarmee richt de opleiding zich nadrukkelijk op een ontwikkeling die al jaren gaande is: van het behandelen van zieke dieren naar het voorkomen van gezondheidsproblemen.

Meer aandacht voor preventie

Volgens dierenarts en veterinair epidemioloog Gerrit Koop is preventie nog lang niet overal vanzelfsprekend. Vooral bij rundvee en kleine herkauwers ligt de nadruk volgens hem nog vaak op behandelen.

“Wanneer dieren ziek zijn, moet je ze behandelen. Maar er is veel winst te behalen door ziekte eerder te voorkomen. Dan moet je niet alleen naar het dier kijken, maar ook naar voeding, huisvesting, genetica, biosecurity en management.”

Juist daarvoor brengt MAVAS de expertise van WUR en Diergeneeskunde samen. Wageningen levert veel kennis over dierhouderijsystemen, voeding, genetica en duurzaamheid; Utrecht over diergezondheid en ziekteprocessen. Studenten leren daardoor gezondheid vanuit een breder systeem te bekijken.

Langgekoesterde samenwerking

De wens om intensiever samen te werken bestaat al langer. Volgens Harold Bok, vicedecaan Onderwijs, maakten verschillen in onderwijsprogramma’s, werkwijzen en academische kalenders dat in het verleden ingewikkeld.

Een onderzoek uit 2022 gaf de samenwerking nieuwe vaart. Daaruit bleek behoefte aan dierenartsen die naast medische kennis ook inzicht hebben in veehouderijsystemen, preventie en samenwerking met andere disciplines.

“Het bevestigde dat de dierenarts van de toekomst meer moet kunnen dan diagnosticeren en behandelen,” zegt Bok. “Dat gaf richting en urgentie aan de samenwerking.”

Daaruit ontstond uiteindelijk MAVAS.

Geen vervanging van de reguliere dierenarts

De nieuwe opleiding vervangt de bestaande master Diergeneeskunde niet. Ook in de toekomst blijven dierenartsen nodig die zich vooral richten op diagnostiek en behandeling.

MAVAS richt zich op studenten die juist geïnteresseerd zijn in preventie, bedrijfsadvisering, onderzoek, communicatie en multidisciplinair samenwerken. De onderzoekscomponent is groter dan binnen de reguliere master en het accent ligt minder sterk op klinische vaardigheden.

“Preventieve gezondheidszorg vraagt om andere competenties,” zegt Koop. “Het gaat om de langere termijn, om data, gedragsverandering, communicatie en systeemdenken.”

Het programma is intensief: studenten volgen vier jaar onderwijs en behalen uiteindelijk twee mastertitels. Een bewuste keuze is daarom belangrijk, benadrukt Bok.

Impuls voor onderzoek

De samenwerking moet meer opleveren dan een gezamenlijke opleiding. Onderzoeksstages worden begeleid door onderzoekers van beide universiteiten, waardoor ook nieuwe wetenschappelijke samenwerkingen kunnen ontstaan.

Dat gebeurt volgens Koop nu al. Tijdens bijeenkomsten van docenten uit Wageningen en Utrecht ontstaan gesprekken over gezamenlijke projecten en subsidieaanvragen, nog voordat de eerste studenten zijn begonnen.

Voor Bok vat één zin de ambitie goed samen: “Eén plus één is hier echt drie.” Door expertise te verbinden, verwachten beide universiteiten nieuwe mogelijkheden te creëren voor onderwijs, onderzoek en uiteindelijk de gezondheid van dieren en veehouderijsystemen.

Meer over:
Opleidingen
Deel dit bericht: