Dierziekten | Wet- en regelgeving

Diergezondheidsheffingen stijgen fors in 2027, vooral voor pluimvee

De tarieven van het Diergezondheidsfonds gaan in 2027 voor vrijwel alle veehouderijsectoren omhoog. Belangrijke oorzaken zijn de hogere kosten voor de bewaking en bestrijding van dierziekten, waaronder vogelgriep en blauwtong, en het opnieuw vullen van crisisreserves.

De ontwerpbegroting van het fonds stijgt van 38,1 miljoen euro in 2026 naar 43,1 miljoen euro in 2027. De definitieve tarieven worden dit najaar vastgelegd via een wijziging van het Besluit diergezondheid.

Vooral pluimveehouders krijgen met hogere lasten te maken. Het sectorbudget loopt op van 10 miljoen naar ruim 26 miljoen euro. Dat hangt samen met aanhoudende uitbraken van vogelgriep en het volledig aanspreken van de crisisreserve van 7,4 miljoen euro. De heffing geldt voor bedrijven met meer dan 249 kippen, kalkoenen of eenden.

Schapenheffing bijna 20 procent hoger

Voor schapen stijgt het tarief met 19,8 procent, van 1,231 euro naar 1,475 euro per dier. De heffing geldt voor houders met gemiddeld minimaal 26 schapen, inclusief lammeren.

De stijging komt mede doordat de schapenstapel kleiner wordt. Hierdoor moeten vaste kosten over minder dieren worden verdeeld. De overheid wil via deze heffing ongeveer 1,075 miljoen euro innen.

Bij runderen zijn de verschillen kleiner. Voor bedrijven met gemiddeld zes runderen of meer stijgt het tarief met 0,5 procent. Voor runderen jonger dan één jaar bedraagt de verhoging 9,7 procent, vooral doordat minder jonge dieren in het I&R-systeem staan geregistreerd.

Varkenstarief daalt licht

Varkenshouders zijn de uitzondering. Dankzij een stabiele reservepositie kan hun tarief met 1,3 procent omlaag. De heffing geldt voor bedrijven met gemiddeld meer dan vijf varkens.

De bijdrage over 2027 wordt berekend op basis van de actuele dieraantallen. Omdat RVO deze gegevens pas achteraf definitief kan controleren, ontvangen veehouders de beschikking en factuur naar verwachting in het voorjaar van 2028.