Onderzoek | Schaap-Geit

Gezondheidsraad: ingrijpen geitenhouderij noodzakelijk

De Gezondheidsraad benadrukt dat er stevig moet worden ingegrepen in de geitenhouderij, omdat recent onderzoek opnieuw bevestigt dat omwonenden binnen een straal van ongeveer 500 meter een duidelijk verhoogde kans op longontsteking hebben. Volgens voorzitter Karien Stronks is het risico – ruim zeventig procent hoger dan bij de gemiddelde Nederlander – aanzienlijk wanneer je het vergelijkt met andere vormen van milieuverontreiniging, al blijft de exacte oorzaak onduidelijk. Waarschijnlijk gaat het om een combinatie van fijnstof, endotoxinen en micro-organismen die vanuit het bedrijf via de lucht en de directe omgeving verspreid raken en zo bewoners kunnen bereiken.

Eerder kwam ook het RIVM tot vergelijkbare conclusies, maar politieke verdeeldheid leidde tot vervolgonderzoek. Nu de bevindingen opnieuw dezelfde richting op wijzen, vindt de Gezondheidsraad dat er duidelijke maatregelen nodig zijn. De raad acht het onverstandig dat mensen langdurig in de directe nabijheid van geitenbedrijven wonen, zeker wanneer het om kwetsbare groepen zoals jonge kinderen of ouderen gaat. Daarnaast zou de inrichting van stallen kritisch moeten worden herzien, met aandacht voor ventilatie en mestbeheer, om de emissie van potentieel schadelijke deeltjes zoveel mogelijk te beperken. Ook het terugbrengen van het aantal geitenhouders en geitenbedrijven wordt genoemd als mogelijke ingreep.

Tegelijkertijd blijft aanvullend onderzoek cruciaal, omdat wel vaststaat dat de incidentie van longontsteking rondom geitenbedrijven hoger is, maar nog onvoldoende bekend is welke factoren precies het grootste gewicht hebben en welke interventies daardoor het meest effectief zullen zijn. In provincies met een hoge concentratie geitenhouderijen, zoals Brabant, leeft het onderwerp al langer en worden zorgen geuit door zowel omwonenden als ondernemers in de sector. De demissionaire ministers van Volksgezondheid en Landbouw hebben aangekondigd het advies serieus te bestuderen en uiterlijk in februari met een inhoudelijke reactie te komen.

Deel dit bericht: