Animal Rights heeft recht op aanvullende informatie over levende dieren die zijn aangeboden bij destructiebedrijf Rendac. Dat heeft de Raad van State woensdag bepaald.
Ook het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur erkent inmiddels dat deze informatie moet worden verstrekt. Gegevens over betrokken dierenartspraktijken worden echter nog niet gedeeld; daarover volgt eerst overleg met de praktijken.
Volgens Animal Rights mogen bij Rendac geen levende dieren worden aangeleverd, maar gebeurt dit in de praktijk wel. In die gevallen wordt soms een dierenarts ingeschakeld om het dier alsnog te doden, terwijl het dier al langere tijd zou hebben geleden. De organisatie wil inzicht in welke veehouderijen dit doen en hoe vaak dit voorkomt.
Daarom vroeg Animal Rights om de unieke bedrijfsnummers (UBN). Het ministerie weigerde dit aanvankelijk, omdat die informatie vertrouwelijk zou zijn en niet onder milieu-informatie zou vallen. Animal Rights stelt echter dat een UBN, net als een adres, aangeeft waar milieugevolgen kunnen optreden en daarom openbaar moet zijn.
De Raad van State oordeelde eerder al dat het aanbieden van levende dieren tussen kadavers onder milieu-informatie valt, omdat dit wijst op het niet naleven van regels en mogelijke milieuschade kan veroorzaken. De vrees van demissionair minister Femke Wiersma dat openbaarmaking tot misbruik zou leiden, acht de organisatie ongegrond.






