Onderzoek

Nieuw onderzoek bevestigt associatie geitenhouderij en longontsteking

Ook op basis nieuwe gegevens (2017-2019) concluderen onderzoekers dat er een associatie is tussen wonen in de nabijheid van een geitenhouderij en het vóórkomen van longontsteking in het oosten van Noord-Brabant en het noorden van Limburg. “Dit is in lijn is met de eerder gevonden associaties in deze regio’s en ook in andere onderzoeksgebieden zoals Gelderland, Overijssel en Utrecht”, staat in een nieuw rapport. Over een oorzaak is nog niets bekend.

Het onderzoek met de nieuwste cijfers is onderdeel van het programma Veehouderij & Gezondheid Omwonenden (VGO-III). Dit programma bestaat uit verschillende deelonderzoeken naar de gezondheid van mensen die in de buurt van veehouderijen wonen.

Gegevens van huisartsenpraktijken

Voor het nieuwe onderzoek zijn gegevens uit de jaren 2017-2019 gebruikt van patiëntendossiers van 27 huisartsenpraktijken in het oostelijke deel van Noord-Brabant en het noordelijke deel van Limburg, met per jaar gemiddeld meer dan 110.000 patiënten. Daarnaast zijn gegevens gebruikt van 19 controlepraktijken in landelijke gebieden met geen/zeer weinig intensieve veehouderij, verspreid door heel Nederland (het ‘controlegebied’). In alle gevallen gaat het om huisartspraktijken uit plaatsen met minder dan 30.000 inwoners.

Op basis van de resultaten concluderen de onderzoekers dat er een associatie is tussen het wonen nabij een geitenhouderij (tot 500 meter) en een verhoogde kans op longontsteking. Er is over deze jaren geen associatie gevonden tussen het wonen binnen een straal van 1.000 of 2.000 meter afstand van een geitenhouderij en een verhoogde kans op longontsteking. Deze conclusies zijn ook in lijn met bevindingen uit de eerdere VGO-onderzoeken.

Voor het eerst is ook onderzocht of de associatie tussen geitenhouderijen en longontsteking constant is over de maanden van het jaar, of dat deze in bepaalde maanden afwijkt van het ‘jaargemiddelde’. Uit deze temporele analyse is niet gebleken dat er in bepaalde perioden, bijvoorbeeld tijdens het lammerseizoen of tijdens het (humane) griepseizoen, een sterkere of zwakkere associatie is; de associatie tussen geitenhouderij en longontsteking is vrij constant over het jaar, aldus de onderzoekers.

Oorzaak nog niet bekend

In een tweede rapport staan de resultaten van een retrospectieve patiëntenstudie. Dit onderzoek is gericht op mogelijke oorzaken van longontsteking bij patiënten in de omgeving van geitenhouderijen. In dit onderzoek zijn laboratoriumgegevens geanalyseerd van patiënten die met een longontsteking opgenomen zijn geweest in het ziekenhuis in 2016-2017. Er is onderzoek gedaan bij patiënten in twee ziekenhuizen in gebieden met hoge veehouderijdichtheid. Daarbij zijn de micro-organismen van patiënten die dichtbij geitenhouderijen wonen (tot 200 meter afstand) vergeleken met de micro-organismen bij patiënten die verder weg van geitenhouderijen wonen. Deze retrospectieve analyse van laboratoriumgegevens laat geen associatie zien tussen de aangetoonde micro-organismen en het wonen in de buurt van een geitenhouderij. De resultaten geven geen duidelijke aanknopingspunten over de mogelijke oorzaken van het verhoogde risico op longontsteking rond geitenbedrijven.

Met andere lopende onderzoeken binnen het VGO-programma wordt geprobeerd uitsluitsel te geven over een oorzaak van het gevonden verband tussen wonen in de buurt van geitenhouderijen en het voorkomen van longontsteking. Eind 2024 moet het hele VGO-programma zijn afgerond.