Varkens | Zoönosen

Hepatitis E goed in te dammen bij varkens

Varkenshouders kunnen de verspreiding van het hepatitis E-virus effectief beperken door het compleet scheiden van groepen varkens en toepassen van hygiënemaatregelen. Dat blijkt uit onderzoek van Marina Meester aan de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Ze werkte samen met Wageningen Bioveterinary Research en negen private partners. Op 3 april 2024 promoveerde Meester op dit onderzoek.

Het hepatitis E-virus (HEV) komt veel voor bij varkens. Het maakt ze niet ziek maar ze kunnen het virus wel overdragen op mensen, door contact of het eten van rauwe varkensvleesproducten waarin varkenslever is verwerkt. Het kan leiden tot buikpijn, koorts en leverontsteking. Aanleiding voor Marina Meester om te onderzoeken hoe varkenshouders de verspreiding van het virus kunnen beperken.

Ze onderzocht slachtvarkens van 207 varkensbedrijven. Bij al deze bedrijven bleek HEV aanwezig te zijn. Toch waren er flinke verschillen tussen de bedrijven. De meeste varkensbedrijven leverden groepen varkens voor de slacht waarbij in elke groep infectie of immuniteit tegen HEV voorkwam. Sommige bedrijven waren echter in staat groepen varkens te leveren zonder HEV. Meester vergeleek vervolgens twee bedrijven met een groot contrast. Hierbij bleek het virus bij één bedrijf in alle hokken aanwezig te zijn, terwijl het andere bedrijf het virus in twee van de drie onderzochte afdelingen buiten wist te houden. Het verschil kwam door de hygiënemaatregelen die dit bedrijf had getroffen, zoals het inrichten van aparte afdelingen om varkens te scheiden, het gebruiken van schone laarzen en materialen in iedere afdeling en het bestrijden van vliegen en ongedierte. “Een combinatie van maatregelen is cruciaal”, aldus Meester.

Op dit moment zijn er in Nederland weinig infecties van mensen met HEV en is het risico voor de volksgezondheid laag. Toch zijn de bevindingen van het onderzoek relevant. “We zijn nu beter voorbereid als het virus verandert en zich daardoor mogelijk sneller verspreidt onder mensen of ernstigere symptomen veroorzaakt.”

bron: Universiteit van Utrecht – faculteit Diergeneeskunde, 02/04/2024