Vanaf 2027 moeten alle EU-landen rapporteren over het antibioticagebruik bij álle voedselproducerende dieren. Voor Nederland betekent dat dat ook diersoorten als schapen en paarden in beeld komen.
De herziene Europese diergeneesmiddelenverordening geldt sinds 2022 en is bedoeld om de ontwikkeling en toelating van diergeneesmiddelen te verbeteren, innovatie te stimuleren en antimicrobiële resistentie terug te dringen.
Voor sectoren die nu al worden gevolgd, verandert voorlopig weinig. Dat geldt onder meer voor runderen, varkens, pluimvee, vleeskalveren, vleeskonijnen, geiten en eenden.
De SDa brengt het antibioticagebruik jaarlijks in kaart en werkt met benchmarkwaarden voor de gemonitorde sectoren. Zo heeft de vleeskuikensector een stappenplan gemaakt om deze normen geleidelijk te verlagen. Ook in de varkenshouderij zijn afspraken gemaakt om het gebruik bij speenbiggen stap voor stap terug te brengen. Over de invoering daarvan is overleg gevoerd met het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.







