Diergeneesmiddelen

Bewustwording draagt bij aan verlaagd colistinegebruik

Bewustwording draagt bij aan een verlaagd colistinegebruik in de varkens- en pluimveehouderij. Verdere bewustwording kan ontstaan wanneer dierenartsen van verschillende praktijken een team vormen voor overleg over het gebruik van colistine. Dat blijkt uit onderzoek door Wageningen Universiteit & Research in samenwerking met Royal GD in opdracht van het ministerie van LNV.

Colistine wordt geclassificeerd als een ‘laatste redmiddel’-antibioticum in de humane gezondheidszorg. Door deze classificatie en de waargenomen toename in gebruik in de diergeneeskunde sinds 2018, staat dit gebruik van colistine in Nederland en Europa onder druk.

Voor het onderzoek zijn Antimicorobial Stewardships teams (A-teams) gevormd waarin dierenartsen vraagstellingen en praktijkvoorbeelden met elkaar bespraken. Daarnaast is een deskstudie gedaan naar eerdere rapporten en literatuur over colistinegebruik. De belangrijkste conclusies zijn:

  • Bij de aanpak van speendiarree moet de opvolging en samenhang van maatregelen en randvoorwaarden over bijvoorbeeld het speenproces prioriteit krijgen. Het voermanagement is daarbij een belangrijke ondersteuning, dat in de driehoek dierenarts, voervoorlichter en varkenshouder goed vorm kan worden gegeven.
  • Het inzichtelijk maken van het antibioticumgebruik is in het antibioticumreductiebeleid van de afgelopen jaren een heel belangrijk middel gebleken om tot reductie te komen en werd ook door de A-team deelnemers als waardevol gezien.
  • De werkvorm in ‘A-teams’ werd unaniem ervaren als een waardevolle vorm van intervisie waar met collega’s van andere dierenartspraktijken gesproken wordt over het antibioticumvoorschrijfgedrag en de inzichtelijkheid van het gebruik en beleid vergroot.

Door een deskstudie, directe benadering van experts en benadering van practici door middel van een enquête uitgezet via de Federation of Veterinarians of Europe (FVE) is informatie verzameld over de ontwikkelingen in colistinegebruik en toepassing van handelingsalternatieven binnen pluimveesectoren in andere (vergelijkbare) landen. De belangrijkste conclusie is:

  • Voor verdere verlaging van het colistinegebruik in de leghennensector wordt aanbevolen het onderzoek te focussen op de risicofactoren van E. coli-uitbraken en de effectiviteit van alternatieven en vaccins voor E. coli.